Gepensioneerden; STRAKS GEEN ARMOEDE MEER?!

Jef Maes op de studiedag van de Vlaamse ABVV Senioren '€1500 minimumpensioen'

Binnenkort zou de regering De Croo aan de “pensioenhervorming” moeten beginnen. Een discussie die ons allen aanbelangt, want met ons pensioen zullen we gemiddeld zo’n 25 jaar van ons leven moeten rond komen.

Weinig mensen weten dat huidig minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) al een zeer belangrijk deel van de pensioenhervorming doorvoerde. Vanaf 2024 zal het minimumpensioen voor meer dan 700.000 loontrekkenden, ambtenaren en zelfstandigen immers opgetrokken zijn tot 1.500 euro netto. Wie geen 45 jaar loopbaan heeft, zal minstens proportioneel recht hebben op dat minimumpensioen.

Ook wie nauwelijks of geen loopbaan heeft, zal als 65-plusser altijd recht hebben op minstens 1.325 euro per maand, een koppel op 1.966 euro, dus meer dan de huidige armoedenorm. Dit via de verhoging van de Inkomensgarantie voor Ouderen met beperkte middelen. Dit is een bijstandssysteem, waarvoor je uiteraard in België moet verblijven (minstens 5 jaar).

Lalieux en haar kabinet realiseerden op kousenvoeten dus een historisch moment: geen armoede meer bij gepensioneerden. Het was toenmalig voorzitter van het ABVV, Michel Nollet, die twintig jaar geleden de eis voor een minimumpensioen van 1.500 euro lanceerde, en het was John Crombez, vorig voorzitter van Vooruit, die het op de politieke agenda zette met de verkiezingen. Wat deze socialistische kompanen wel vergaten, is om deze verwezenlijking bekend te maken, waardoor niemand goed weet hoe dat nu zit. Andere partijen, van CD&V over Vlaams Belang tot PVDA, konden daardoor mede deze pluim op hun hoed steken.

Vraag is welke belangrijke knooppunten dan nog moeten doorgehakt worden?

Minimumpensioen, onder welke voorwaarden?

De toegang tot het minimumpensioen is voorlopig dezelfde gebleven als vroeger. In de regeringsverklaring stond echter dat er minstens een aantal jaren effectief gewerkt zou moeten zijn om het te bekomen. Volgens Lalieux zou 10 jaar effectief één derde van de tijd gewerkt hebben voldoende zijn om proportioneel recht te hebben op dat minimumpensioen.

Vraag is of diegenen die strengere voorwaarden willen invoeren wel weten dat er Europese rechtspraak is die stelt dat korte of deeltijdse loopbanen, vooral bij vrouwen, niet mogen gediscrimineerd worden, en minstens proportioneel recht moeten krijgen tot het (minimum)pensioen.

Vervroegd pensioen van 60 naar 62 jaar?

Het koninginnenstuk van de voorstellen waarover de regering De Croo zich nu zal moeten uitspreken, is het recht op vervroegd pensioen voor wie 42 loopbaanjaren heeft. Vandaag zit in de wetgeving immers een discriminatie: wie op 14 of 16 begon te werken, moet 44 loopbaanjaren bewijzen alvorens op vervroegd pensioen te kunnen. Mensen die langer studeerden moeten “slechts” 42 jaar bewijzen.

Daarom stelt Lalieux nu voor om vervroegd pensioen mogelijk te maken voor iedereen vanaf 42 jaar loopbaan. Het zijn uitgerekend de liberale excellenties die hiertegen sterkst protesteerden, terwijl ze er als pensioenminster zelf voor zorgden dat ze hun pensioen van meer dan 6.000 euro per maand kunnen nemen vanaf 52 jaar, met slechts 20 jaar loopbaan.

Loopbaanbonus e.a.

Over haar voorstel om een bonus toe te kennen voor wie langer werkt, verwacht ik hoogstens discussie over de modaliteiten.

Het voorstel voor de invoering van een deeltijds pensioen is een zoveelste cadeau voor de zelfstandigen, want voor de werknemers blijft het voordeliger stelsel van de landingsbanen bestaan.

Discriminatie werknemers

De zelfstandigen zijn nu op alle vlakken gelijkgeschakeld met de werknemers uit de privésector. Meer nog: de werknemers worden gediscrimineerd, want hun berekeningsplafond ligt bijna 2.000 euro lager dan dat van de zelfstandigen, terwijl werknemers de volle pot aan sociale bijdragen betalen op hun volledig loon, en zelfstandigen net minder of geen bijdragen meer betalen naarmate hun inkomen stijgt. Het is wachten op de eerste juridische procedure die deze achteruitstelling aan de kaak stelt.

Andere belangrijke vragen, zoals de verbetering van de vervangingsratio of de verdeling van het pensioen over partners, worden doorgeschoven naar de sociale partners, waarbij het nog de vraag is of die onder deze legislatuur nog tot een antwoord zullen komen. Ook de verbetering en hervorming van de bij uitstek ongelijke de bedrijfspensioenen wordt – begrijpelijk – naar de sociale partners verwezen, want die blokkeerden in hun laatste interprofessioneel akkoord eigenlijk de mogelijkheid om deze rechtvaardiger te maken. Ondertussen blijft het bedrijfspensioen voor de meeste werknemers, en zeker die met lagere lonen, een (quasi) lege doos.

 

Jef Maes

Jef was voor het ABVV 25 jaar lid van het beheerscomité van de federale pensioendienst